GeolinQ
Spatial Data Management

Beheren en gebruiken van Digitale Terreinmodellen

LIDAR, 3D Laser Scanners en fotografie worden gebruikt om gebieden en objecten in kaart te brengen en te monitoren. Resultaat van metingen zijn puntenwolken of rasterdata.

Een puntenwolk bestaat een groot aantal gemeten 3D punten met per punt één of een aantal attributen. Voorbeeld van puntenwolken is het Algemeen Hoogte Bestand Nederland (AHN). Het AHN is cruciaal voor onder andere waterbeheer en het beheer van waterkeringen. Aan de hand van de hoogte en verloop wordt bepaald of het water voldoende van het land kan stromen en via rivieren, uiterwaarden en sloten kan worden afgevoerd.

Fotografie en sattelieten hebben rasterdata als resultaat. Soms worden puntenwolken ook geresampled naar rasterdata ten behoeve van data reductie. Puntenwolken en rastersdatasets kunnen op verschillende manieren gecombineerd worden tot informatie producten.De combinatie van een aantal datasets van metingen voor een gebied is een Digitaal Terreinmodel (DTM).

Puntenwolken en rasterdata in GeolinQ

Puntenwolken en rasterdata kunnen in GeolinQ eenvoudig geïmporteerd en gebruikt worden. GeolinQ ondersteunt zowel het LAS, ASCII als GeoTiff als import bestandsformaat. Er kunnen meerdere attributen per punt of cell waarneming opgeslagen worden. Deze attributen zijn door gebruikers zelf te configureren en moeten tijdens het import proces gekoppeld worden aan de attributen van het punt of cell in het import bestand. Gegevens kunnen vanuit (bijna) elk coördinatenstelsel geïmporteerd worden omdat GeolinQ gebruikt maakt van de EPSG coördinaattransformaties. 

Datasets combineren tot een Digitaal Terreinmodel 

Voor toepassingen worden vrijwel altijd een aantal datasets met meetgegevens samengevoegd tot een DTM. Dit is een dataset voor een gebied met daarin voor de toepassing de best beschikbare metingen. GeolinQ kent de Seamless Point Surface Seamless Point Surface (SPS) functionaliteit voor het automatisch selecteren, de-conflicteren en combineren van datasets. Op basis van metadata attributen van de verschillende datasets kunnen selectie- en prioriteitsregels gedefinieerd worden. Hiermee wordt de overlap tussen de datasets verwijderd waardoor de best beschikbare data voor een specifieke toepassing op elke locatie gegarandeerd is. SPS integreert ook automatisch nieuw ingeladen datasets op basis van de selectie en prioriteitsregels. Zodoende is een Terreinmodel op basis van SPS altijd actueel.

Digitale Terreinmodellen gebruiken

Eindgebruikers kunnen de DTM's eenvoudig visualiseren met kleurenschalen. Op basis van de DTM's kunnnen o.a. hoogte contouren berekend worden weer kunnen worden gebruikt voor volume berekeningen of om met andere datasets te doorsnijden. Door middel van kaarten kunnen DTM's eenvoudig gecombineerd worden met andere datasets in GeolinQ. Op basis van deze kaarten kunnen toepassing specifieke portalen geconfigureerd worden. Zie ook: Kaartportalen. Voor het verwerken van gegevens met algoritmen naar bijvoorbeeld dieptelijnen kunnen gegevens uit SPS geëxporteerd worden. Daarbij kan een uitsnede gemaakt worden voor het gebied van het gewenste informatieproduct en is het coördinaatsysteem instelbaar.

Hoge performance

Puntenwolken en rasterdatasets bestaan uit miljoenen soms zelfs miljarden punten. GeolinQ heeft een zeer efficiënte dataopslag en garandeert snelle ontsluiting en visualisatie van gegevens op elk schaalniveau door het gebruik van slimme indexering en dynamische data piramides.

Meer informatie over het werken met Digitale Terreinmodellen met als voorbeeld het Actueel Hoogtebestand Nederland is te vinden in de AHN tutorial op GeolinQ support.